Review Board lid Emma Verheijke over impact meten: "We gaan van proving impact naar improving impact."

25 maart 2020

De negen leden van de Review Board beoordelen of sociale ondernemingen toegelaten worden tot het Register Sociale Ondernemingen. Maar wie zijn die leden en wat doen ze? Deze maand gaan we -  telefonisch, ieder vanuit zijn eigen thuiswerkplek - in gesprek met Emma Verheijke, partner bij Sinzer - Grant Thornton.

Ik ben Emma Verheijke, partner bij Sinzer - Grant Thornton. Sinds 2008 ondersteunt Sinzer als adviesbureau organisaties met het definiëren, meten, rapporteren en verbeteren van hun maatschappelijke impact en duurzaamheidsdoelstellingen. Ik zou mezelf omschrijven als een pragmatische idealist. Ik geloof erin dat we de wereld beter, schoner en eerlijker moeten maken en dat er tools en manieren bestaan om dat te doen. Ondernemerschap is daarin een cruciaal element!”

De impactmanagement-cyclus: het hoeft niet allemaal in één keer

We werken bij Sinzer - Grant Thornton voor veel verschillende doelgroepen, zoals non-profit organisaties en goede doelen, investeerders, evenals finance first bedrijven die ook steeds meer bezig zijn met maatschappelijke doelstellingen. Ze kloppen bij ons aan met verschilende vraagstukken: voor een impactrapport ter verantwoording richting een financier of andere stakeholders, voor het verzamelen van inzichten om impact te kunnen verbeteren, of om de klimaatrisico’s voor de organisatie in kaart te brengen. We geloven in een holistische aanpak en daarom kunnen we ondersteuning bieden op de gehele 'impactmanagement-cyclus'.

Dat begint bij bewustwording: wie zijn de stakeholders, is de organisatiecultuur gericht op impact - is dit belegd bij een stagiair of is het onderdeel van de strategische besluitvorming? Daarna kijk je naar de strategie: bijvoorbeeld door het opstellen van een Theory of Change. Als die helder is, ga je impact meten en managen. Daarbij hoort bijvoorbeeld het ontwikkelen van indicatoren, een meetmethode en het verzamelen van data. Resultaten kun je vervolgens op verschillende manieren communiceren: via rapporten, dashboards, infographics. De belangrijkste stap in onze ogen is echter de laatste: het bepalen van acties om de impact te verbeteren, op basis van de opgedane inzichten.

Impact meten heeft nu vaak nog het karakter van proving impact - bewijzen dat bepaalde resultaten zijn behaald. Maar wij vinden improving impact veel belangrijker: daadwerkelijk je negatieve impact minimaliseren en je positieve impact vergroten. Wij richten impact management in als een iteratief proces, waarbij een organisatie in elke cyclus verbeteringen doorvoert. Het hoeft niet in één keer klaar te zijn!

Impact maken wordt steeds meer de kern van ondernemingen

Ook in de finance first sector laten organisaties door middel van 'maatschappelijk verantwoord ondernemen' al geruime tijd zien dat zij óók met de gemeenschap bezig zijn. Maar impact en duurzaamheid was iets voor ‘erbij’. Recent zie je dat organisaties het maken van een positieve maatschappelijke impact steeds meer in hun kern opnemen. Dat wil zeggen: producten en diensten zo ontwikkelen of aanpassen, dat die bijdragen aan positieve impact. Dit in tegenstelling tot het organiseren van wat impactvolle activiteiten - zoals vrijwilligerswerk in de gemeenschap -, waarbij ze in de core business doorgaan met het creëren van negatieve impact. 

Dit zien we steeds meer bij grote corporates: zij zijn hun purpose aan het heruitvinden en bewegen daarmee steeds dichter naar het domein van sociale ondernemingen. Dit is deels extern gedreven; beleggers zijn zich er meer van bewust dat duurzame bedrijven toekomstbestendiger zijn. Ook het sentiment in de samenleving speelt mee; steeds meer consumenten willen duurzame en sociale producten kopen - maar vertrouwen tegelijkertijd de impact-claims van organisaties niet meer zo vanzelfsprekend. En wetgeving speelt een rol, denk aan het Klimaatakkoord, waardoor bedrijven verplicht zijn tot bepaalde maatregelen. Ten slotte is er in de media veel aandacht geweest voor klimaatverandering en citizen power. Bedrijven die wij spreken zijn zich er zeer van bewust dat ze hier aandacht aan moeten besteden.

Het meten van impact hoeft geen wetenschappelijke exercitie te zijn: begin klein

De grotere sociaal ondernemingen hebben hun impactmeting vaak goed op orde, en dat moeten ze ook, het is hun license to operate. Kleinere sociaal ondernemers hebben vaak al zoveel om handen, dat het meten van impact als een last wordt gezien. Er heerst een hardnekkig geloof dat impact meten veel tijd en moeite kost. Ondernemers opereren vanuit de beste intenties en zien onvoldoende meerwaarde in het meten van impact waarvan ze overtuigd zijn dat ze die maken.

Hoe ik hierin sta? Sociaal ondernemers bestaan primair om maatschappelijke impact te maken; het continu checken en toetsen of je dat inderdaad ten beste doet, is daarbij in mijn ogen essentieel. Wat niet betekent dat dit een uitgebreide wetenschappelijke exercitie of enorm lijvig proces hoeft te zijn; dat is een grote misconceptie over impact meten. Mijn advies: begin gewoon! En begin klein en bouw uit vanaf daar. Begin met een ToC en je impactdoelen, en check vervolgens stapsgewijs in hoeverre je die realiseert. Bereik je bijvoorbeeld wel wie je wilt bereiken? Worden de activiteiten wel uitgevoerd zoals beoogd? Zo nee, dan zal je mogelijk ook geen effecten en impact hebben.

Het hele ecosysteem van sociaal ondernemers moet de dialoog over impact aangaan

Ik vergelijk het meten van impact wel eens met de financiële boekhouding. Iedere ondernemer, groot of klein, houdt z’n facturen bij en maakt een jaarrekening. Zie het meten van impact als het bijhouden van de maatschappelijke boekhouding, waarbij er in elk geval in minimale vorm registratie plaatsvindt.

Er ligt ook een verantwoordelijkheid voor impact-financiers, gemeenten en provincies en andere inkopers om de dialoog over impact te blijven voeren. Er is behoefte aan een ecosysteem waarin leren en transparantie meer wordt gestimuleerd. We zien hierin veel ontwikkelingen bij financieringsinstrumenten zoals de Social Impact Bonds en bijvoorbeeld het Brabant Outcome Fund. Daarin vormen impactmetingen een onderdeel van de contracten. Ik verwacht dat die trend zich zal voortzetten.

Met mijn rol in de Review Board draag ik graag bij aan de beweging van sociaal ondernemerschap

De Code heeft mij benaderd om vanuit de bril van impact meten deel te nemen aan de Review Board. Ik heb daar over getwijfeld, omdat ik niet per se een voorstander ben van registers. Voor mij is de impact het belangrijkst, of die gemaakt wordt door een sociaal ondernemer of een ander type ondernemer maakt me niet zoveel uit. Als een grote finance first ondernemer door bijvoorbeeld de schaal waarop zij opereert, of de continuïteit die zij kan bieden, meer impact maakt, vind ik dat net zo waardevol.

Tegelijkertijd is er op waardeniveau een groot verschil tussen sociale en ‘reguliere’ ondernemers: hoe richt je je organisatie in om impact te maken? Hoe borg je de maatschappelijke missie voldoende? De economie als geheel kan op dat gebied nog heel veel leren van sociaal ondernemers. Daarom vind ik het belangrijk dat de beweging  van sociaal ondernemerschap wordt gestimuleerd en vergroot, maar ook professioneler wordt. Vanuit die insteek leek het me toch heel interessant bij te dragen aan de ontwikkeling van de Code.

De Code kan laten zien dat sociaal ondernemers een voorbeeld zijn in economie en samenleving

De Code biedt veel mogelijkheden aan de marktkant door inkopers, gemeenten en bedrijven te helpen om de goede ondernemers te vinden en elkaar te versterken. Voor ondernemers is dat kanaal heel waardevol. Ik hoop daarnaast dat ondernemers in de Code elkaar als community gaan helpen om kennis over zaken als impactmeting en bedrijfsvoering uit te wisselen en daarmee de sector als geheel te versterken, te professionaliseren en een signaal af te geven – aan andere sociaal ondernemers én finance first ondernemers.

Er leeft in de markt nog steeds een soort overtuiging dat een sociaal ondernemer financieel gezien wel minder succesvol zal zijn – maar dat is helemaal niet per definitie het geval. Als de Code enerzijds helpt de sector te professionaliseren en anderzijds aan de rest van de markt laat zien dat sociale ondernemingen serieus genomen dienen te worden - als ondernemers en als serieuze spelers en voorbeelden in de economie en samenleving -, dan zou dat een fantastische uitkomst zijn.

Foto van Emma Verheijke, door Janita Sassen.

Contact
Vredenburg 40
  3511 BD Utrecht
  Route
info@codesocialeondernemingen.nl

KvK nummer: 73405183

Privacy statement

Disclaimer

Blijf op de hoogte.
Ontvang de nieuwsbrief!

Dit formulier wordt niet ondersteund door Internet Explorer.